PAINTINGS\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\
STATEMENT////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
BIOGRAPHY\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\
HOME//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////


'Je weet niet wat je ziet..'

DOOR ILSE VAN RIJN | ENGLISH                                                        

[...] De uitroep is een verzuchting, vaak geslaakt uit verwondering, wanneer de werkelijkheid je verwachtingen overtreft. Wanneer je het sublieme fenomeen dat je op dat moment waarneemt nauwelijks kunt bevatten. Wanneer 'het', dat waar geen woorden voor zijn, groter of krachtiger is dan jijzelf. Dan weet je niet wat je ziet....

De zin kan op meerdere manieren als motto fungeren bij het werk van Aquil Copier. Zijn schilderijen vormen een ontdekkingsreis in verf, een telkens weer onverwachte lust voor het oog. Maar meer nog dan dat dagen de doeken uit de perceptie en het verstand, je waarneming en je gedachten, je zintuigen en je ratio op elkaar af te stemmen, mocht dat mogelijk zijn. In zijn werken toetst Copier de positie van de beschouwer, een test die is terug te voeren op die ene vraag, twijfel of uitroep: je weet niet wat je ziet...

Het onderwerp van Copiers schilderijen is het landschap. Zijn motief is klassiek. De Hollandse landschapsschilderkunst kent een lange en rijke traditie. Maar waar in de werken van Jacob van Ruisdael en Jozef Israëls een enkele streep het vlak horizontaal in tweeën deelde, waar bij de oude meesters onder een loodgrijze lucht het land zichtbaar werd bewerkt, daar lijkt van een directe menselijke activiteit in Copiers schilderijen nauwelijks sprake. Bovendien wordt de einder door Copier niet als een stabiele en stabiliserende factor in het beeld weergegeven. Zijn standpunt is onophoudelijk in beweging, zijn horizon kantelt en verschuift.

Dit is op zich geen vreemd gegeven. In vergelijking met de zeventiende of de negentiende eeuw is de mens van vandaag oneindig veel mobieler. Voor weinig geld vliegen we in 'no time' naar Rome, Parijs of Tokyo. Met een druk op de knop bevinden we ons, reizend van hier naar daar, laptop op de schoot, in Beijing zowel als New York. We 'denken' in Rio te zijn geweest, in Dakar of in Atlanta, maar onze ervaringen zijn gebaseerd op televisie- of internetbeelden. Onze belevingen bestaan uit al dan niet fictieve topografische punten, cartografische gegevens. Waarop je inzoomt en weer uit.

Contact kent vandaag de dag een veelvoud aan mogelijkheden, en is eindeloos, altijd in beweging. Stilte is onbestaand, wij zijn rusteloos: nomaden. Afstanden zijn overbrugbaar, sowieso. De technische middelen waarmee we communiceren kennen morgen een geavanceerdere variant. Een hedendaags zicht op Holland, dat onmiskenbaar sterk is veranderd sinds de époques van Van Ruisdael en Israëls, is bij gevolg een illusie. Een contradictio in terminis. Of een landschapsstuk resulteert in een beeld waarin de technische vooruitgang voelbaar is. En zichtbaar, voor wie goed kijkt.

De schilderijen van Aquil Copier zijn dergelijke werken. In de hedendaags natuur die hij verbeeldt navigeer je zelf, met google-earth of tom-tom. Of je reist er door of over heen in een razendsnelle trein of per vliegtuig. Je herkent de heldere lijnen van vierkante kavels doorkruist door kanalen en kaarsrechte wegen in Copiers werken. Maar zijn 'vliegensvlugge' beelden zijn geschilderd: in verf op doek.

Nader je de schilderijen van Aquil Copier, dan lees je in en doorheen de eindeloze gelaagdheid van zijn werken de zorg waarmee dit landschap is gecreëerd. Copier werkt in olieverf, hiermee plaatst hij zich wederom in een aloude schilderstraditie. Maar gezien de manier waarop hij de olieverf opbrengt, zet Copier een stap méér. Delen van het doek, eiken en elzenbosjes, heggen, de groene randen van een weiland, bestaan uit filigraandunne draadjes olieverf die kriskras op en over elkaar heen zijn gelegd. Copier gebruikt hiervoor een stukje papier opgerold tot een tuut. De fijne lijntjes herinneren aan borduurwerk, de reden dat zijn werk wel in verband is gebracht met dat van Michael Readecker. Echter, Copier voelt zich meer verwant met schilder Robert Zandvliet, om diens 'fundamentele' manier van het ter discussie stellen van het schilderkunstig medium met de eigen middelen: doek en verf.

Waar Zandvliet de natuur of het landschap puur en alleen als vertrekpunt neemt voor een onderzoek naar de hedendaagse schilderkunst*, daar bevraagt Copier, naast de schilderkunst, ónze verhouding tot de kwantiteit aan beelden, ónze visie op de wereld om ons heen. Ongegeneerd bestaan vandaag diverse werkelijkheden naast elkaar; de illusie van een scheiding tussen feit en fictie is verdwenen. Copier vertraagt de snelheid waarmee we van hier naar daar, van toen naar nu en morgen klikken of vliegen. Letterlijk biedt hij weerstand. Het maken van een schilderij duurt lang. Hierdoor het alomtegenwoordige, gejaagde zapgedrag tot stilstand gebracht. De kijker wordt in zijn doeken gedwongen waar te nemen en zich te realiseren wat hij ziet. Zo treden door de hoeveelheid, de bijkans ononderbroken, zigzaggende beweging waarmee draadjes olieverf zijn opgebracht bomen, berken of beuken uit het vlak naar voren. Blaadjes blijken ragfijne verfmaterie. Hierdoor krijgen ze betekenis. Tegelijkertijd wordt de vraag opgeworpen of verf überhaupt in staat is betekenis te geven. Door toedoen van de verf verandert het 'eigenlijke' platte doek voorzichtig, langzaam, in een driedimensionaal object. Houdt het werk als schilderij op te bestaan? Kan het schilderij 'iets' mededelen over een wereld die groter is dan zijzelf?

Door de subtiele kanteling van het strikte bovenaanzicht worden tenminste twee perspectieven in een schilderij gecombineerd. Deze voor Copier karakteristieke mengeling van afstanden en gezichts- en verdwijnpunten zie je tevens terug in de daken van boerderijen, kassen en schuren, die te groot zijn in vergelijking met de akkers waarlangs ze staan. In een sluierbewolking of immense vliegtuigmotor. In een weg die een nauwelijks waarneembare streep had moeten zijn, gezien het gehanteerde vogelvluchtperspectief. De soms bizarre grootten zorgen er enerzijds voor dat de kijker de boom, het huis, de straat herkent; anderzijds vervreemdt het detail zich zo van zijn geschilderde omgeving. Dit perspectivisch naderen en wijken wordt versterkt door de airbrush-techniek die Copier in zijn latere doeken aanwendt. Door deze voornamelijk in de reclame-wereld gebruikte werkwijze wordt een spiegelglad oppervlak verkregen. Het doek zuigt de verf in zich op. Visueel wordt de toeschouwer naar het doek toe getrokken, terwijl de uitstekende struiken en bomen bewerkstelligen dat hij een stap terug plaatst. Van een afstand behoud je het overzicht en zie je de bomen waartussen je van nabij, als in een te groot bos, verdwaalt.

Copiers enorme doeken bestaan uit meerdere panelen. De scheidslijn tussen de delen doorbreekt bruut de tekening, het patroon, het stratenplan, maar stelt je eveneens in staat je te oriënteren, als een kompasnaald, of meridiaan in een atlas. Aquil Copier reikt je de hand in zijn schilderijen. Maar stimuleert je tegelijkertijd je te verliezen in de geconcentreerd weergegeven, schitterende, onbewust gekende, want vaak quasi-vergeten of vluchtig geziene details. Verkavelde landerijen zijn polders, immers Hollands, geordend. Denk je. Maar je weet niet wat je ziet.

Ilse van Rijn
September 2008

*Leontine Coelewij, 'Perspectieven op landschap'. In: Robert Zandvliet. Brushwood . Stedelijk Museum Amsterdam / Kunstmuseum Luzern / NAi Publishers, Rotterdam, 2001. pp 9-15